Kleur maakt achterstelling zichtbaar

Als je water bij water giet, is niet zichtbaar hoe de hoeveelheden water mengen. Als je aan het water een kleurtje toevoegt, kun je dat wel zien. Deze truc wordt door natuurkundigen gebruikt bij experimenten met stroming van vloeistoffen.

De instroom van allochtonen in onze samenleving heeft een vergelijkbaar effect. Plotseling worden
allerlei sociale mechanismen zichtbaar die eerst nauwelijks te zien waren. Een mooi voorbeeld daarvan is de discussie over de zogenaamde "zwarte scholen", scholen met een hoog aantal allochtone leerlingen. Op die scholen ontstaan allerlei problemen. Sommige van die problemen zijn inderdaad het gevolg van de afkomst van de allochtone leerlingen. Het gaat dan vooral om taalachterstand. Maar veel andere problemen waren er altijd al, maar minder zichtbaar. En dus maakten de machthebbers zich er niet druk om.

Bij de zwarte scholen staart men zich blind op de zwartheid van de school: het aantal allochtone leerlingen. Maar dat is niet de hoofdzaak. Dat is de slechte toestand van die scholen die hun leerlingen niet kunnen selecteren op intellectueel niveau en sociale achtergrond. Bij het voortgezet onderwijs is dat goed te zien. Daar bestaat het probleem van de zwarte scholen ook, maar vrijwel alleen bij de VMBO-scholen. Die kunnen niet selecteren.

Zwarte gymnasia? Nooit van gehoord. Natuurlijk, er gaan niet zoveel allochtone kinderen naar het gymnasium, maar de voornaamste oorzaak is dat allochtone gymnasiasten goed mengen met hun autochtone medeleerlingen. En dat geldt bij het vervolgonderwijs nog sterker: zwarte HEAO’s of zwarte universiteiten zullen geen probleem worden. Dat soort opleidingen werken met een geselecteerde groep leerlingen. Niet op ras, maar op intellectueel en in de praktijk ook op sociaal niveau.

VMBO-scholen en veel basisscholen kunnen die selectie niet maken. Zij zijn de afvalbak. De kleur van de school is daarvan de indicatie geworden. Maar de zwartheid van die scholen is het symptoom, niet de oorzaak.

Als men het idee heeft dat de school niet goed genoeg is, gaat de markt zijn werk doen: ouders zoeken een school die beter bij hun kind past. Witte ouders doen dat, maar in toenemende mate ook niet-witte ouders. In het Nederlandse schoolsysteem is een zeer grote variatie in scholen, en ouders zoeken nauwkeurig uit welke school qua ligging, godsdienst, intellectueel niveau, sociaal milieu en onderwijsvorm het meest geschikt is.

Ondertussen bestaat het probleem van slechte scholen aan de onderkant van de markt wel. Hoe dat op te lossen? De meest genoemde oplossing is de afschaffing van de markt. Het bijzonder onderwijs wordt in feite afgeschaft, en de vrije schoolkeuze eveneens. De overheid bepaalt waar een kind op school gaat, en zorgt ervoor dat de zwarte kinderen gelijkmatig worden gespreid over de scholen binnen een stad.

Dit is een erg slecht plan. Om te beginnen zal het niet werken. Zeker niet voor het voortgezet onderwijs. Deze problemen spelen daar voornamelijk op de VMBO-scholen, en die zijn in de gebieden waar veel allochtonen wonen, allemaal al “zwart”. Daar valt niks te spreiden, tenzij men de leerlingen over grote afstanden wil gaan verslepen.

Ook voor de basisscholen zal spreiding niet werken. Ouders die het zich kunnen veroorloven zullen verhuizen naar gebieden waar geen gedwongen spreiding is, en de stedelijke gebieden zodoende nog zwarter maken dan ze al zijn. Zoals gebruikelijk worden de problemen dus weer afgewenteld op de zwakkeren in de samenleving.

Afschaffing van de markt is ook een onjuiste oplossing. Door de gelijkschakeling is er (ogenschijnlijk tenminste) geen verschil meer tussen de scholen. Alle scholen in een stad zijn even heterogeen. Maar is heterogeniteit wel wenselijk? Zijn kinderen wel geholpen met zo’n heterogene school? Ouders zijn geneigd een school te zoeken die zo goed mogelijk bij hen zelf past, en dat is niet alleen begrijpelijk, maar wellicht ook pedagogisch heel verstandig.

Deze “oplossing” is er een ook een uit de categorie: als ik het weerbericht verander, houdt het op met regenen. Het gaat niet zozeer om de ongelijke verdeling van zwarte leerlingen, het gaat vooral om de gebrekkige kwaliteit van sommige scholen. En die wordt zo niet opgelost. Integendeel, doordat de markt verdwijnt, worden scholen ook niet meer bestraft of beloond voor hun beleid. Het peil zal dus zakken.

Afschaffen van de markt is dus niet de oplossing. Wat dan wel? Versterking van de markt? Ja. De concurrentie tussen scholen moet versterkt worden. Ouders moeten iets te kiezen hebben. Niet alleen de welgestelden, maar ook de armen. In Utrecht zijn onlangs twee zwarte middelbare scholen gesloten omdat er onvoldoende aanbod van leerlingen was. Hierover zijn veel tranen geplengd. Ten onrechte, want het betekende dat deze scholen, die blijkbaar naar het oordeel van de ouders niet goed genoeg waren, verdwijnen. Dat is precies wat we willen!

Dat betekent dat het aanbod verruimd moet worden. Meer scholen dus in de armere wijken. En die scholen moeten ook kunnen concurreren. Allerlei overheidsregels staan dat nu in de weg. Bijvoorbeeld: VMBO-leraren verdienen veel minder dan leraren op een gymnasium of een HBO-opleiding. Maar het werk is veel moeilijker. Waarom mogen die VMBO-scholen niet meer betalen? En als de gymnasia makkelijk aan leraren kunnen komen, waarom betalen die dan zoveel?

Dit soort regels moet weg. Verder moeten scholen die in een moeilijke positie zitten, meer geld krijgen. En dan zullen we zien wat er gebeurt. Misschien blijven er wel zwarte scholen, maar wat dan nog? Het gaat niet om de kleur, maar om de kwaliteit.

Dit is een mooi slot, maar er is nog een los eindje: wat te doen met scholen met leerlingen die vrijwel allemaal bijvoorbeeld berbers spreken? In zo’n geval zal berbers de informele voertaal worden. De taalachterstand is dan moeilijker in te lopen.

Mat Huizing