Wordt Zalm de nieuwe Melkert?

Je kunt merken dat Gerrit Zalm van eenvoudige komaf is. Hij is in zijn optreden eenvoudig, en hij mist de hockeysfeer die de meeste VVD-ers uitstralen. Zalm vindt het bovendien niet vanzelfsprekend dat hij op de plaats zit waar hij zit, en dat maakt hem een beetje onzeker. Dat is ontwapenend en vertederend (hierbij helpt natuurlijk ook zijn geringe lichaamslengte).

Want van eenvoudige komaf is Gerrit Zalm. Zijn vader was kolenboer. Gerrit kon goed leren, en ging economie studeren. Hij werd directeur van het Centraal Planbureau, en vervolgens in 1994 minister van Financien. Al met al een voorbeeld van meritocratie: Zalm werd minister, namens de sjieke VVD zelfs, en werd daarbij niet ernstig gehinderd door zijn afkomst.

Zalm is binnen de VVD de voornaamste representant van laat ik maar zeggen de realistisch-rechtse vleugel. Kamp en Hoogervorst zijn van dezelfde signatuur. Liberaal, dat wel, maar zonder de vaag-progressieve uitstraling van Dijkstal. En rechts, maar zonder het sigarenconservatisme van Wiegel. De realistisch-rechtsen staan met beide benen in de samenleving. Overigens is Zalm (net als Hoogervorst trouwens) niet altijd rechts geweest. Vroeger was hij (zoals zovelen van zijn generatie) zeer links: lange haren, lid van de PvdA, enzovoort. Maar de haren zijn geweken, en het verstand is gekomen.

Inmiddels zit Zalm gebeiteld. Hij is fractieleider van een partij die bij de volgende verkiezingen alleen maar kan winnen. Hij heeft de formatie-onderhandelingen uitstekend gevoerd en de VVD in een positie gebracht die sterker is dan het zetelaantal rechtvaardigt. En hij is dus in een uitstekende positie om de stemmen die weg gaan vallen bij de LPF, en misschien ook bij het CDA, op te vegen voor de VVD. De kans is dus groot dat Zalm de opvolger van Balkenende als premier wordt.

Maar is dat nou wel zo? Het zou wel eens kunnen tegenvallen. Om te beginnen zou Zalms verleden als “paarse” minister van Financien hem in de problemen kunnen brengen. We gaan tegenvallers krijgen, en er zal extra bezuinigd moeten worden. De vragen over wat er eigenlijk gebeurd is in de vette jaren zullen gesteld worden, en Zalm kan die vragen moeilijk ontwijken. Maar het grootste obstakel voor Gerrit Zalm is Gerrit Zalm zelf.

Dat wordt duidelijk door naar hem te kijken als hij in een debat bezig is. Dat is een fascinerend gezicht. Je ziet een heer in een goedzittend pak die als een rubber bal door het debat stuitert. Hij improviseert veel, en kan dat ook omdat hij een scherpe en zeer snelle denker is. Hij is niet een bijzonder briljante spreker, maar is wendbaar, heeft humor, en zelfs enige zelfspot.

Maar aan de andere kant laat hij de toeschouwer soms ook uit schaamte de tenen krommen. Voorbeelden daarvan zijn zijn aanvaringen met Jeltje van Nieuwenhoven. Hij is onzeker, maar probeert dat te overwinnen, lijkt het, door bot ten aanval te gaan, en zijn intellectuele superioriteit uit te spelen tegen zijn tegenstanders. Hij bruskeert dan en wordt neerbuigend. De veelgeroemde humor gaat ten koste van de tegenstander, en niet meer ten koste van Zalm zelf. Hij is gewend de anderen altijd een stap voor te zijn, en als dat niet mislukt, wordt hij vals.

Het lijkt erop dat Zalm moeilijkheden heeft met een gevecht aangaan op voet van gelijkheid. Als opperhoofd van een hierarchische organisatie als het CPB of het Ministerie van Financien is dat geen bezwaar. Maar in de Tweede Kamer is het wel een bezwaar. Je kunt alleen debatteren als je met open vizier de strijd aangaat. Je kunt dan winnen, maar ook wel eens verliezen of gelijk spelen, en daar meot je tegen kunnen. Zalms voorgangers Bolkestein en Wiegel konden dat heel goed. Maar Zalm niet.

Het gevolg hiervan is dat Zalm ongetwijfeld gevreesd wordt voor zijn scherpte en zijn uitvallen, waarschijnlijk gerespecteerd wordt om zijn grote capaciteiten, maar niet echt geliefd wordt. Dat geldt zeker bij de collega’s van de andere partijen, en wellicht ook voor de VVD-ers zelf. Zolang Zalm succes heeft is er geen probleem, maar als het tegenzit, heb je je vrienden nodig. En als je die te weinig hebt, dan val je. Dat is wat er met Melkert is gebeurd: die was kansloos, niet omdat de kiezers hem niet zagen zitten, maar omdat men hem bij de eerste de beste gelegenheid liet vallen als een baksteen.

Electoraal gezien is het ook een probleem. Want veel potentiële VVD-kiezers zullen bij Zalm als gevolg van dit optreden een gemengd gevoel hebben. Dat maakt ze tot twijfelende stemmers, en als er elders een lijsttrekker is waarbij men niet ongemakkelijke gevoel heeft, zullen ze daarop stemmen. Ook hier is Melkert een afschrikwekkend voorbeeld.

Op het eerste gezicht is Zalm de juiste man met de juiste opvattingen en de juiste achtergrond op de juiste plaats. De VVD rekent zich daar ook rijk aan. Maar Zalm kan ook falen, sterker: zal falen, als hij het onmogelijke niet doet: zijn karakter veranderen. Kan hij dat? Ik hoop het.

Mat Huizing