Wat vindt u: verdient u te weinig of teveel? Goede kans dat er meer zeggen “te weinig” dan “teveel”. Natuurlijk kunnen we dan nog allemaal gelijk hebben ook, maar waarschijnlijker is toch dat we een behoorlijk subjectieve kijk op ons salaris hebben.
Is de hoogte van salarissen zo’n subjectieve zaak? Volgens de theorie niet. In eerste instantie wordt een salaris door ‘de markt’ bepaald, en in tweede instantie doet ‘de markt’ dat op basis van de toegevoegde waarde, eigenlijk gewoon de produktie van de werknemer. Als je iets doet of maakt dat veel waard is, verdien je meer dan als je iets doet of maakt dat minder waard is.
In de praktijk klopt hier niet veel van. Om te beginnen zijn er heel veel functies waarvan het moeilijk is de waarde van de produktie te bepalen: managers, ‘beleidsmedewerkers’, communicatiedeskundigen, enzovoort. Het zal geen toeval zijn dat daar veel goedbetaalde functies bij zitten.
Maar er is nog een reden waarom theorie en praktijk niet overeenkomen. Als je begint met werken verdien je niet veel. Aanvankelijk is dat verklaarbaar door een gebrek aan ervaring, maar na enige tijd speelt dat geen rol meer. Maar je wordt nog steeds minder betaald dan oudere collega’s die hetzelfde werk doen. Eigenlijk verdien je te weinig. Maar geen nood, want als je zelf ouder wordt, ga je ook eigenlijk teveel verdienen. De jongeren betalen voor de ouderen, een soort stilzwijgende generatiesolidariteit.
Ouderen verdienen vaak meer dan hun eigen produktie toelaat. Soms is dat heel duidelijk, soms minder zichtbaar doordat ze andere functies gaan vervullen waarvan de produktie minder makkelijk is vast te stellen (management bijvoorbeeld). Het salaris van ouderen blijft stijgen, terwijl hun produktie meestal stagneert of zelfs daalt. Dit wordt opgebracht door de jongeren.
Dit is een uitstekende regeling, zolang men het hele leven bij één werkgever werkt. De werknemer krijgt in feite een garantie dat zijn salaris altijd stijgt, in ieder geval nooit daalt, de werkgever kan dit betalen door de jongeren minder te betalen dan zou kunnen, en krijgt bovendien loyale werknemers. Maar dit systeem van life-time employment heeft ook nadelen: het is niet flexibel, werknemers worden star en minder gemotiveerd, en het leent zich hoe dan ook eigenlijk alleen voor grote werkgevers in een niet snel veranderende economie. Het systeem wordt ook erg duur als de bevolking gaat vergrijzen (relatief meer uit ouderen gaat bestaan).
Dus is de tijd van de life-time employment voorbij: er zijn nauwelijks ondernemingen die dat nog bieden, en zelfs bij de overheid wordt er aan gemorreld. Werkgevers proberen nu zoveel mogelijk de relatief goedkope jonge arbeidskrachten (jong! dynamisch!), te krijgen, en de oude dure werknemers te lozen. De generatiesolidariteit wordt verbroken. Dit is natuurlijk niet eerlijk ten opzichte van degenen die in hun jonge jaren te weinig hebben verdiend, en daar vervolgens niet de beloofde vruchten kunnen plukken.
Dit lijkt op de veelgeroemde flexibilisering van de arbeidsmarkt, maar voor de oudere werknemers is er een probleem: hun salaris. Dat is vaak te hoog in verhouding met hun produktie. Zolang hij bij de oude werkgever blijft is dat het probleem van die werkgever, maar als hij nieuw werk zoekt, is het zijn eigen probleem. Die nieuwe baas kan waarschijnlijk iemand met tenminste dezelfde capaciteiten vinden met een lagere leeftijd, en daardoor een lager salaris. De oudere werknemer zit dus gevangen in zijn hoge salaris. Hij kan niet meer bewegen, tenzij hij een lager salaris accepteert. Slechts weinigen zijn daar toe bereid.
Het gevolg is dat oudere werknemers moeilijk van baan kunnen of willen veranderen, en daardoor hun eigen mogelijkheden onvoldoende benutten. Dit is voor de bedrijven ongunstig, maar ook voor die werknemers zelf. En voor de economie in het algemeen, want hierdoor worden de capaciteiten van ouderen niet benut. Vaak zou het goed zijn als zij eens van baan veranderden, maar de salarisfuik houdt ze vast.
Kan de salarisfuik worden opengeknipt? Het zou natuurlijk erg helpen als werknemers niet als eis stellen dat ze in een nieuwe baan minimaal het oude salaris verdienen. Maar dit is makkelijk gezegd. Zeker voor degenen die een laag of middelmatig salaris hebben, zit er niet veel speling in.
Een vergaande maar wel interessante mogelijkheid is de koppeling van salaris aan produktie. Salarissen kunnen nu gelijkblijven of stijgen. Afnemen is niet mogelijk, tenzij de werknemer akkoord gaat. Hierdoor ontstaat het verschil met de produktie van de werknemer, die wel degelijk kan dalen. Als salarissen meer gekoppeld zijn aan de produktie, kan het salaris ook afnemen (als de produktie daalt). Je kunt dit natuurlijk niet vergaand doorvoeren. De sociale gevolgen zouden te groot zijn, maar de flexibilisering van een klein deel van het salaris zou al veel uit kunnen maken.
Is het mogelijk de generatiesolidariteit op een andere manier te organiseren, via een oeverheidsregeling bijvoorbeeld? Er zijn wat mogelijkheden.
Als oudere werknemers minder gaan verdienen, gaan jongeren meer verdienen. Als zij daarvan zelf (bijvoorbeeld via een soort pensioenfonds) zouden sparen, zodat ze daarvan kunnen profiteren als ze boven de 45 zijn, zou dat het probleem ook al voor een deel oplossen.
Als je, bij een bepaald inkomen, minder inkomstenbelasting zou hoeven te betalen naarmate je ouder bent, zou dat ouderen de mogelijkheid geven bruto minder te verdienen, en toch netto gelijk te blijven. Als de werknemer dit belastingvoordeel gebruikt om flexibeler te worden, zou het werken. Als hij het echter gebruikt om om zijn koopkracht op te vijzelen, schieten we er niet veel mee op. Hij gaat nog steeds achteruit bij een wisseling van baan, en zal dus nog steeds geneigd niet te verkassen. Een ander nadeel van dit soort belastingmaatregelen is dat ze duur zijn, en bovendien een groep begunstigen waarvoor dat helemaal niet nodig is: oudere veelverdieners die helemaal niet in een salarisfuik zitten. Meer gerichte maatregelen zoals een belastingvoordeel bij wisseling van baan zijn lokken misbruik uit en hebben allerlei ongewenste bijeffecten.
Maar er is geen ei van Columbus. Het belangrijkste is waarschijnlijk een mentaliteitsvernadering bij de werknemers. Want de beweging naar salarissen die meer in overeenstemming zijn met wat men produceert is onvermijdelijk en noodzakelijk, omdat we ons niet meer kunnen permitteren een grote hoeveelheid te dure arbeidskrachten aan het werk te hebben. En een bijkomend voordeel zal zijn dat we kunnen zeggen dat we genoeg verdienen: niet teveel en niet te weinig.
Mat Huizing