Krijgt Malthus toch gelijk?

De Engelse dominee en condoomverkoper Thomas Robert Malthus (1766 – 1834) had een nogal
pessimistische kijk op de toekomst. Hij verwachtte dat op termijn de groei van de voedselproduktie volledig zou worden opgesoupeerd door de bevolkingsgroei, en dat als gevolg daarvan de mensheid nooit boven het bestaansminimum uit zou komen, en permanente hongersnood onvermijdelijk was. Geboortebeperking was daarom geboden.

Hij heeft ongelijk gekregen. De eonomische groei en de voedselproduktie bleken in staat de bevolkingsgroei meer dan goed te maken. Desondanks is duidelijk dat de bevolkingsgroei niet eeuwig kan doorgaan, tenzij we op tijd in staat zijn andere planeten te koloniseren. Bij alle scenario´s over de toekomst van de mensheid, het gebruik van de grondstoffen, de belasting van het milieu, is duidelijk dat de omvang van de bevolking de belangrijkste variabele is. Je kunt nog zoveel Kyoto-protocollen tekenen, maar als de bevolking blijft groeien, zet het allemaal geen zoden aan de dijk. Dan krijgt Malthus alsnog gelijk.

Vroeger hoorde je vaak over het “bevolkingsvraagstuk”. Het werd vooral gezien als een probeem van arme landen. Het probleem scheen te zijn dat daar de kinderen voor de oude dag van hun ouders moesten zorgen. Je deed er dus maar verstandig aan zoveel mogelijk kinderen te hebben, en dat veroorzaakte de bevolkingsexplosie. We vonden het wel een beetje dom, want dit kon nooit goed blijven gaan. Op een gegeven moment is het vol. Gelukkig was het bij ons beter geregeld: wij hadden de AOW.

Maar dat blijkt toch iets anders te liggen. Want ook bij ons moeten de jongeren zorgen voor de ouderen. Kinderen verzorgen inderdaad niet hun eigen ouders, maar volwassenen die werken betalen wel voor de ouderen die niet meer werken, namelijk via de AOW. En daarnaast zijn er allerlei andere voorzieningen die uit de belastingen betaald worden, zoals bejaardenhuizen, gezondheidszorg en 65+-passen. En dus blijken ook bij ons de ouderen afhankelijk te zijn van de jongeren.

De reaktie is hetzelfde als in die ontwikkelingslanden: zorg dat er voldoende jongeren zijn! Want de pensionering van de baby-boomers is aanstaande, en de grootte van de bevolking stabiliseert. Dat betekent dat in de nabije toekomst de getalsverhouding tussen werkenden en gepensioneerden snel verschuift in de richting van de gepensioneerden. En tot overmaat van ramp worden de mensen nog steeds ouder ook.

Dus horen we nu geregeld dat Nederland juist bevolkingsgroei nodig heeft, want anders zijn we niet in staat de vergrijzing op te vangen. Er wordt gepleit voor grotere gezinnen en voor het binnenhalen van buitenlandse arbeidskrachten waar we wat aan kunnen hebben, zoals Zuidafrikaanse verpleegsters en Filippijnse programmeurs. En voorstanders van een ruimhartige asielpolitiek gebruiken deze redenering als gelegenheidsargument voor hun standpunt.

Maar als de redenering klopt gaat Malthus toch gelijk krijgen. We moeten dan doorgaan met groeien totdat we helemaal vol zitten, of totdat we de verplichte euthanasie invoeren. Een onaantrekkelijk en absurd vooruitzicht. Zou het dan echt onmogelijk zijn om de samenleving en de economie zo in te richten
dat ze bestand zijn tegen de vergrijzing? Laten we eerst eens kijken wat er zou gebeuren als we niets veranderen.

De verhouding van de productieve en de niet-productieve delen van de bevolking verschuift dan in de richting van het niet-productieve deel. Minder werkenden moeten meer niet-werkenden onderhouden. Verder zal ook de vraag naar gezondheidszorg en zo sterk toenemen, en dat zal tot gevolg hebben dat van de werkenden een veel groter deel dan nu het geval is, in de zorg werkzaam zal zijn.

Er zijn echter ook positieve effecten: bij een stabiele bevolking neemt het aandeel van de kinderen af, en het aandeel productieve volwassenen toe. Met andere woorden: economisch wordt het toenemend aantal gepensioneerden gedeeltelijk gecompenseerd door het afnemend aantal kinderen. Daar komt bij dat minder geld nodig is voor de kosten van die kinderen in het onderwijs en in de zorg thuis.

Per saldo is het effect van de vergrijzing dus minder groot dan je zou denken als je alleen naar die vergrijzing kijkt. Maar dat neemt niet weg dat de vergrijzing een aanslag doet op onze welvaart. De werkenden zullen meer moeten afstaan voor de ouderen dan nu het geval is. Een kwestie van verdeling dus.

Dit is natuurlijk goed uitvoerbaar. En dus zijn al die oproepen tot bevolkingsgroei en immigratie om de AOW en de zorg te kunnen blijven betalen grote flauwekul. Dat probleem kan ook op een veel eenvoudiger manier worden opgelost.

Bovendien zijn er nog meer manieren om de schade van de vergrijzing te beperken. Die richten zich op het aanboren van de bestaande arbeidsreserve: de vemindering van het aantal niet-werkenden, het productiever maken van oudere werknemers en het openknippen van de salarisfuik. Maar daarover een andere keer. Voorlopig kunnen we concluderen: Malthus heeft nog steeds geen gelijk, maar we moeten wel ons verstand gebruiken.

Mat Huizing