Luns had toch gelijk

Het overlijden van oud-minister Joseph Luns bracht heel even weer de kwestie-Nieuw-Guinea onder de aandacht. Dat wil zeggen;  de tumultueuze overdracht in 1962 door Nederland van de souvereiniteit van Nieuw-Guinea aan Indonesie. Hieraan zat een voorgeschiedenis.

Na de Tweede Wereldoorlog was er in het toenmalig Nederlands-Indie een conflict uitgebroken tussen de kolonisator (Nederland) en groeperingen die Nederlands-Indie wilden dekoloniseren. Dat leidde na veel gedoe, onderhandelingen, guerillastrijd en politiele acties tot de oanfhankelijkheid van Indonesie in 1950.

Een van de problemen bij de onderhandelingen was dat Nederlands-Indie geen eenheid was: het bestond in feite uit een samenraapsel van eilanden met zeer uiteenlopende bevolkingen (qua religie, qua cultuur) die één ding gemeen hadden: ze waren gekoloniseerd door Nederland. De angst bestond dan ook dat in het nieuwe Indonesie de rol van de kolonisator door het dicht bevolkte Java zou worden overgenomen, en de andere gebieden van de regen in de drup zouden komen. Nederland wilde dan ook een federatie, waarin een forse mate van zlfstandigheid aan de “buitengewesten” zoals de Molukken en Sumatra gegeven zou worden. Hierover werd wel een papieren akkoord bereikt, maar na 1950 kwam daar niets van terecht. Java, of eigenlijk een Javaanse elite, nam de rol van kolonisator over.

Nieuw-Guinea lag weliswaar in de buurt van Nederlands-Indie, maar was toch uitgezonderd van de overdracht aan Indonesie. Een van de redenen hiervoor was dat bevolking (de Papoea’s) etnisch en cultureel helemaal niets met de indonesiers gemeen had. Desondanks liet in de jaren 1950 Indonesie, zoals het een koloniserende mogendheid betaamt, aanspraken op Nieuw-Guinea gelden. Hierover ontstond een conflict met Nederland, en ook met de Papoea’s die meer zagen in Nederland als moederland dan in Indonesie. Nederland stelde onafhankelijkheid in het vooruitzicht, terwijl over de bedoelingen van Indonesie men zich geen illusies maakte. Hoe dan ook, Nederland (onder leiding van Luns) zette de hakken in het zand, maar was uiteindelijk in 1962 toch gedwongen Nieuw-Guinea over te dragen aan Indonesie. Hierbij speelde zware druk van de Amerikanen een beslissende rol.

In Nederland en ook elders in het westen leek de zaak eenvoudig te liggen: Nederland was de kolonisator, en als je tegen kolonialisme was, dan was je tegen Nederland, en dus voor Indonesie. Maar lag het wel zo eenvoudig? Deze kwestie roept een paar vragen op.

Het was en is heel voor de hand liggend om voor het “zelfbeschikkingsrecht” van een volk te zijn. Maar wat is een volk eigenlijk? In het geval van Indonesie werden daartoe gerekend de bevolking van alle door Nederland in de oost gekoloniseerde gebieden. Maar zowel etnisch als cultureel als religieus zitten daar enorme verschillen tussen. En die volken zelf wilden lang neit allemaal tot dat ene Indonesische volk gerekend worden: onder andere de Molukkers en de Atjehers, en later de Papoea’s en de Timorezen hadden daartegen grote bezwaren.

En wat is “zelfbeschikkingsrecht”? In het geval van Indonesie betekende het dat een elite die inderdaad uit Indonesie (vooral van Java) afkomstig was, de lakens ging uitdelen. Voor de overgrote meerderheid van de Indonesiers veranderde er niets. In plaats van door een stel Nederlanders werden ze nu geregeerd door een stel Javanen. En hoewel Indonesie op papier een democratie was functioneerde die democratie in de praktijk nauwelijks. Daarin is een verbetering gekomen sinds de val van Soeharto, maar een schoolvoorbeeld van een goed functionerende democratie is Indonesie nog steeds niet.

En wat als de zelfbeschikking van een volk strijdt met de rechten van individuen binnen dat volk? In Indonesie werden vele mensenrechten met voeten getreden: vrijheid van godsdienst, gelijkheid van vrouwen, vrijheid van meningsuiting, enzovoort. De Indonesiers waren op dit punt na de dekolonisatie slechter af dan ervoor.

Er is dus een goede grond om niet al te enthousiast over de dekolonisatie van Indonesie te zijn, laat staan over de overdracht van Nieuw-Guinea. Maar moeten we dan maar voor het oude kolonialisme zijn? Inderdaad had dat zijn goede kanten, dat is in het licht van de geschiedenis wle duidelijk. Maar het was ook nauw verbonden met racisme. In kolonien werd altijd een onderscheid gemaakt tussen mensen op grond van hun ras. En alleen dat al is een uitstekende reden om ertegen te zijn.

Maar het lastige is dat het anti-kolonialisme makkelijk vervalt in een omgekeerd racisme. Het is verkeerd dat blanke westerlingen bruine oosterlingen regeren. Akkoord. En dus is het goed als die bruine oosterlingen door zichzelf, dat wil zeggen door andere bruine oosterlingen geregeerd worden. Als ze maar bruin zijn. Dat die regering nog steeds een botte overheersing of zelfs tirannie is, dat doet er dan niet meer toe.

Mat Huizing