Leren broek

Eduard Bomhoff heeft een boekje geschreven over zijn belevenissen als minister van Wezijn, Volksgezondheid en Sport in het kabinet-Balkenende, onder de titel Blinde Ambitie. Het is een vlot en helder geschreven boekje, en ik heb het in één ruk uitgelezen. Dat is niet omdat het boekje nou zoveel onthullingen bevat, want dat is niet het geval. De zure reaktie van Balkenende, die gelijk (fatsoen moet je doen tenslotte!) Bomhoff heeft aangegeven bij het Openbaar Ministerie omdat hij geheimen zou hebben onthuld, is dan ook flauwekul. Het zegt meer over de kleinzielige Balkenende dan over Bomhoff.

Het beeld dat Bomhoff geeft komt in grote trekken overeen met wat we al weten. Ook zijn schetsen van sommige collega’s bevatten geen verrassingen: Donner is een zwetser, Remkes is sluw en onbetrouwbaar, Hoogervorst is een slimme man waarmee goed zaken te doen zijn, en Kamp is een verstandige man. Balkenende is een ijdeltuit die zichzelf graag hoort praten, maar wel gaandeweg in zijn rol is gegroeid.

Bomhoff gaat vrij uitgebreid in op de affaire-Van Lieshout. Zoals bekend wilde Bomhoff direkt bij zijn aantreden een van de topambtenaren van zijn ministerie, Peter van Lieshout,  kwijt. Remkes zei dat Bomhoff Van Lieshout wilde ontslaan, en dat hij Bomhoff had moeten uitleggen dat dat niet zomaar kon. Het was moeilijk te begrijpen dat Bomhoff zelf dit niet wist. Hoe dan ook, . Van Lieshout werd overgeplaatst, maar Bomhoff had hierdoor wel een slechte start.

Bomhoff heeft nu uitgelegd hoe de vork in de steel zat. Hij geeft redenen waarom hij Van Lieshout kwijt wilde, en vertelt ook dat Balkenende zelf bij hem (Bomhoff) op de overplaatsing van Van Lieshout had aangedrongen. Bomhoff heeft zulks in gang gezet, en zegt nooit van plan te zijn geweest Van Lieshout te ontslaan. Dat verhaal komt bij Van Lieshout zelf vandaan, en is opgepakt door Remkes voor politiek gewin. Het verhaal wat Bomhoff vertelt is een stuk geloofwaardiger dan het verhaal dat indertijd in de krant kwam,

Het leeuwedeel van het boekje gaat over de kabientscrisis. Bomhoff geeft zijn verslag van de gebeurtenissen. Begrijpelijkerwijs probeert hij zijn straatje schoon te vegen. Dat is een lastige klus, want het is niet duidelijk welk vuil eigenlijk in dat straatje ligt.

Er was een conflict tussen Heinsbroek en Bomhoff. Heinsbroek wilde partijleider worden, en meende kennelijk dat Bomhoff (als vice-premier) hem daarbij in de weg stond. Bomhoff vond dat Heinsbroek slecht functioneerde als minister, en met zijn onvoorspelbare prima-donna-gedrag de stabiliteit van het kabinet bedreigde. In die mening stond hij bepaald niet alleen, en hij verwachtte dan ook dat Heinsbroek vroeg of laat zou moeten opstappen, temeer daar Heinsbroek zelf herhaaldelijk zei ermee te willen stoppen. Bomhoff dacht dat met Heinsbroeks opstappen de problemen zouden zijn opgelost.

Bomhoff verwachtte dus de zelfdestructie van Heinsbroek, maar toen die niet onmiddellijk kwam, probeerde hij die een handje te helpen. Hiermee bracht hij zichzelf in een zwakke positie. Want toen het conflict escaleerde, leek het alsof er twee strijdende partijen waren. Beiden hadden steun onder de bewindslieden van de LPF (Bomhoff denkt dat hijzelf meer steun had, anderen beweren dat Heinsbroek er sterker voor stond), maar het Salomons-oordeel: allebei eruit! lag toen voor de hand. En de LPF-bewindslieden velden dat oordeel uiteindelijk ook.

Het blijft natuurlijk raar: het is volkomen duidelijk dat Heinsbroek niet te handhaven was. Niet zozeer vanwege het conflict met Bomhoff, maar doordat hij inmiddels direct betrokken was (met Wijnschenk)  in een afsplitsing van de LPF. Waarom zou je dan ook een boegbeeld in het kabinet en de meest effectieve LPF-minister opofferen (Bomhoff dus), temeer daar dat de kans op een kabinetscrisis aanzienlijk vergrootte? Daar komt nog bij dat van het conflict in het kabinet niks te merken was: zowel Bomhoff als Heinsbroek zeggen het politiek gezien altijd eens te zijn geweest, en de VVD-er Kamp zegt dat hij van de ruzie tussen de twee nooit iets heeft gemerkt. Waarom dan dit drastische offer van de LPF?

Bomhoff komt er niet uit. Hij ziet hier een schurkenrol weggelegd voor VVD-leider Zalm. Deze zou eerst gesuggereerd hebben dat de LPF Heinsbroek en Bomhoff mocht vervangen, en zo de LPF tot het koningsoffer hebben uitgenodigd. Toen de LPF hierop inging, liet Zalm prompt toch het kabinet vallen.

Volgens een interessante reconstructie van Moerland en Staal in de NRC van 28 december lag het echter iets ingewikkelder. Inderdaad heeft Zalm die suggestie geuit, maar het kabinet was al gevallen toen Zalm naar Balkenende ging op die gedenkwaardige 16e oktober (de dag na Claus’ begrafenis). Want CDA-fractieleider Verhagen had toen al het vertrouwen opgezegd, en bovendien had Balkenende de nacht ervoor Bomhoff en Heinsbroek opgezadeld met een idioot en onbeschoft ultimatum: ze moesten voor 9.00 uur de volgende ochtend ontslag hebben genomen. Als Balkenende zijn kabinet had willen redden, had hij meer tijd genomen.

Bomhoff, en met hem het kabinet, viel omdat men niet in staat was de crisis die vooral rond Heinsbroek was ontstaan, en die samenhing met de crisis in de fractie, op te lossen. Ik denk dat Bomhoff onvoldoende loyaliteit bij zijn collega’s had gekweekt. Daarnaast doorzag hij de sociale en politieke dynamiek van het conflict niet (nog steeds niet, geloof ik). Hiermee stelde hij de anderen, onder leiding van Roelf “Brutus” de Boer in staat om hem te offeren.

Al met al: Bomhoff is een boeiende man: zeer slim, sociaal niet erg intelligent, en soms onorthodox. Dat blijkt uit de meest opmerkelijke onthulling in het NRC-stuk: op een informele vergadering van de LPF-bewindslieden verscheen Bomhoff in  … een leren broek.

Mat Huizing