De verhouding tussen de godsdienst en de staat blijft moeilijk. De westerse maatschappijen hebben er eeuwen mee geworsteld, maar hebben inmiddels dit lastige punt min of meer naar tevredenheid geregeld. De staat laat de godsdienst vrij, en bemoeit zich niet met de inhoud van een godsdienst. Andersom doen de kerken geen aanspraken meer op politieke macht, en roepen ze niet op tot verzet tegen de basisprincipes van de liberale democratische staat. Maar deze verhouding is fragiel. Dat blijkt bijvoorbeeld toen de RPF-politicus Van Dijke vertelt hoe hij vanuit zijn geloof tegen homoseksualiteit aankijkt, en hij vervolgens door zijn D66-collega Dittrich werd aangegeven bij het bevoegd gezag. Het blijkt de laatste tijd vooral in de discussie over de islam.
Het zogenaamde moslim-fundamentalisme bestaat al geruime tijd, en is in grote delen van Afrika en Azie al tientallen jaren een bron van onrust. In het westen echter was dit de ver-van-het-bed-show. Hier waren, dankzij de zegeningen van de toch zo begripvolle multiculturele samenleving, geen problemen met moslims. Dat bleek na 11 september 2001 toch iets ingewikkelder te zijn. Plotseling begon men zich vreselijk druk te maken over de islam, en dan vooral de fundamentalistisch-politieke variant ervan. En terecht, want de fundamentalistisch-politieke islam is het zeer oneens met een aantal principes van de nederlandse samenleving. Dat is op zichzelf tot daar aan toe, maar het is ook duidelijk dat er moslims zijn die metterdaad streven naar verandering van onze maatschappij, desnoods met behulp van geweld. En het is ook duidelijk dat in eigen kring bijvoorbeeld de grondrechten van vrouwen voor nul op de balans staan.
Bij de westerse buitenstaanders zijn er in grote lijnen twee reacties, een pessimistische en een optimistische. Volgens de pessimisten is de islam inderdaad een achtergebleven cultuur. De godsdienst is in essentie anti-liberaal (welke niet trouwens?) en inherent gewelddadig, om niet te zeggen wreed. Sommigen zien zelfs een wereldomvattende cultuuroorlog tussen de islam en “de moderniteit” in het verschiet.
De optimisten menen dat de islam helemaal niet zo’n slechte godsdienst is. Sommige optimisten ontpoppen zichzelf zowaar als onbezodigde imams en ayatollahs. We horen dat de Koran eigenlijk een heel liberaal boek is , en Mohammed een soort feminist was. De optimisten verwijzen ook naar her en der bestaande liberale moslim-theologen, die inderdaad hele brave dingen zeggen over de islam. En verder wordt opgemerkt dat het christendom nu wellicht redelijk cohabiteert met de liberale democratie, maar dat dat ook niet altijd zo geweest is.
Wat moet de politiek hiermee? Het is verbazend hoe makkelijk het beginsel van de scheiding van kerk en staat aan de kant wordt gezet. Zo wordt er gepleit voor overheidstoezicht op de preken van imams. Dan kan er ingegrepen worden als ze uitspraken doen die tegen de grondwet indruisen, bijvoorbeeld over de positie van homoseksuelen. Een opmerkelijk plan, want dezelfde grondwet legt de godsdienstvrijheid vast, en daar botst die natuurlijk mee.
Eigenlijk nog vreemder is het idee om van overheidswege de “juiste” kijk op de islam te bevorderen. Er zouden aan Nederlandse universiteiten leerstoelen islamistische tehoelogie moeten worden gesticht, en die leerstoelen zouden bezet moeten worden met liberale islamitische theologen. Dat zijn dus theologen die aan Allah allerlei mooie eigenschappen toeschrijven. Hierbij moet gedacht worden aan: vredelievendheid, rechtvaardigheid, gelijkheid van man en vrouw, democratische gezindheid en het lidmaatschap van de Dierenbescherming. Deze gewenste waarden dienen dus door de ingehuurde theologen en Koranvorsers te worden geprojecteerd op Allah, om zodoende de moslims koest te houden.
Dit is natuurlijk een absurd idee. Het strijdt met de scheiding van kerk en staat, de moslims zullen zich zo echt niet laten bedonderen, en het ergste is eigenlijk nog het wanbegrip van wat godsdienst eigenlijk is. Godsdienst is namelijk het volgen van de voorschriften van een god, en dat komt niet noodzakelijk overeen met het partijprogramma van D66.
Wat de inhoud van de islam is, moeten de moslims zelf maar uitzoeken. Dat valt onder de vrijheid van godsdienst. De preken van de imams vallen ook onder de vrijheid van godsdienst, ook als ze daarin uitspraken doen die tegen de rechtsorde indruisen. Een moeilijk punt blijft: hoe moet gehandeld worden als er gediscrimineerd wordt in eigen kring. Het is bijvoorbeeld glashelder dat in veel islamitische gezinnen vrouwen zwaar gediscrimineerd worden. Kun je daarin ingrijpen? Ik denk het niet, tenzij er heel duidelijke misdrijven begaan worden, zoals mishandeling. Wel moet de maatschappij, onder meer door het onderwijs, duidelijke alternatieven aanbieden.
Wat we in ieder geval niet moeten doen, is de moslims vertellen hoe hun godsdienst in elkaar zit. Dat is aanmatigend, neerbuigend en onzinnig. Of het doodvonnis tegen Rushdie juist was volgens de islamitische wet weet ik niet. Het doet er ook niks toe. Het was onjuist volgens onze wet, en dat is genoeg.
Mat Huizing