Deze verandering in het beeld van Fortuyn is bespoedigd door de buitenlandse pers, die Fortuyn zonder omwegen indeelde bij Filip Dewinter, Haider en Le Pen. En dat namen de Nederlanders niet. De beoordeling door buitenlandse journalisten als zou Fortuyn bijvoorbeeld een soort Haider zijn, werd verontwaardigd van de hand gewezen. Hoe durfden ze! Fortuyn was immers geen racist! En Haider wel, toch?
Hier is iets raars aan de hand. Want hoe weten we dat Haider geen racist
is? Inderdaad, van de pers, van hetzelfde soort journalisten dat Fortuyn
als racist in de hoek zette. En dus weten we niet in hoeverre Haider en
Fortuyn te vergelijken zijn, simpelweg omdat we onvoldoende van de Oostenrijkse
situatie weten. (Dat werd na de overwinning van Haider ook door veel Oostenrijkers
gezegd, maar toen wisten we het allemaal uiteraard beter.) En hetzelfde
geldt, mutatis mutandis, voor Belgie,
Frankrijk, Italie en Denemarken.
Maar is die conclusie van die buitenlandse journalisten nu zo vreemd? Inderdaad, Fortuyn was geen racist, dat bleek nergens uit. Maar waarom kreeg hij zoveel steun?
Het is niet mogelijk om een compleet beeld te krijgen van waarom mensen Fortuyn steunden, maar er zijn wel een paar elementen van zijn wervende kracht op te sommen.
Allereerst de persoon zelf. Fortuyn was anders dan gewone politici. Onbedekt excentriek en zeer uitgesproken. Hij oefende op velen een soort magnetische kracht uit. Dat ging ook samen met zijn tweede onderscheidende punt: hij stond een "andere" politiek voor. Wat dat was, was niet altijd zo duidelijk, maar in ieder geval vermeed Fortuyn het haagse jargon. En dat vindt men prettig, daar wees al eerder het succes van zulke uiteenlopende politici als Wiegel, Van Agt, Bolkestein en Marijnissen op.
Verder had Fortuyn een paar duidelijke punten die op zichzelf tot de "gewone" politiek gerekend kunnen worden: onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid.
Maar Fortuyn liep het meest in het oog vanwege zijn standpunten inzake
immigratie, de islam, de integratie van allochtonen, enzovoort. En eigenlijk
was het dan nog niet eens zo zeer de inhoud van die standpunten zelf, maar
vooral de manier waarop hij het zei. Fortuyn gaf de indruk eens en voor
altijd te willen afrekenen met de "linkse"
politieke elite die deze onderwerpen had weggedrukt en doodgezwegen.
Hij zei het, en dat was al genoeg. En dat hij inderdaad iets zei wat anderen
niet durfden te zeggen, werd wel bewezen door de reactie van de gevestigde
orde. Die was eerst woedend en daarna gedesorienteerd. Het gekke is dat
tussen wat Fortuyn en Bolkestein zeiden op dit gebied niet zo heel veel
verschil was. Toch viel men veel minder over Bolkestein heen.
Volgens mij was het onderwerp immigratie enzovoort de belangrijkste
reden voor Fortuyns succes. Niet de anti-paarse retoriek, niet zijn ideeen
over het onderwijs, zelfs niet die over de gezondheidszorg, hoewel daar
misschien wel zijn sterkste punt lag. Nee, de hoofdzaak van Fortuyns succes
was de combinatie van zijn persoonlijke stijl en het onderwerp immigratie.
De manier waarop hij dit aan de orde stelde heeft bij velen weerklank gevonden.
De kiezers van de LPF zijn ongetwijfeld in
overgrote meerderheid geen racisten, maar ze worden wel gemotiveerd
door zorgen over de immigratie, de multi-culturele samenleving enzovoort.
En ze willen vooral dat er in de politiek over gesproken wordt.
De VVD heeft hier een enorme kans laten liggen. Inhoudelijk zit er tussen
de standpunten van de LPF (voorzover bekend) en die van de VVD niet veel
verschil, zelfs niet op het punt van de immigratie-problematiek. Dat blijkt
nu ook wel in de
formatieonderhandelingen, waarin tot nog toe de LPF zonder veel strijd
zich aansluit bij het VVD-standpunt. Natuurlijk is dat de LPF zonder Fortuyn,
maar ik denk dat het met hem niet veel anders zou zijn gelopen.
Hoe dan ook, als de manier waarop Fortuyn sprak over de immigratie en de multi-culturele samenleving de basis voor Fortuyns succes was, dan zaten die buitenlandse journalisten er niet zo heel erg naast. Niet dat Fortuyn een racist was, maar zijn succes, en dat van de LPF, past wel degelijk in het verschijnsel waarin politici of partijen die deze problematiek expliciet bespreken, veel succes hebben.
Mat Huizing