Een rare crisis.

Het is een rare kabinetscrisis. Want wat was er nu eigenlijk aan de hand? Waarom moest het kabinet vallen? Inderdaad, de LPF-fractie was vrijwel van het begin af een bende. Maar dat ging niet over de inhoud, en het had ook geen politieke consequenties. De LPF-fractie bleef braaf het kabinet steunen, en er was dus voor de coalitiegenoten geen reden om hierover het kabinet te laten vallen. Dat deden ze dan ook niet.

Het kennelijke geruzie binnen het kabinet tussen Bomhoff en Heinsbroek had meer gevolgen. Wat er precies aan de hand was is niet duidelijk, maar wel duidelijk is dat de steile, pedante Bomhoff en de joviale egotripper Heinsbroek elkaar volstrekt niet lagen. Toen Heinsbroek zich meester probeerde te maken van Bomhoffs positie als vice-premier, en Bomhoff zich met Heinsbroeks CPB ging bemoeien, was het spel op de wagen. Maar echt inhoudelijke verschillen waren ook daar niet. Toen Bomhoff en Heinsbroek beiden opstapten, leek daarmee het probleem uit de wereld.

Maar toen was het al “te laat”. De VVD en het CDA forceerden een crisis, al leek dat niet echt nodig.
Velen zien in de crisis dan ook een complot. Maar het is dan wel een erg knullig complot. Het tijdstip was erg ongelukkig, maar erger is nog dat de gang van zaken bij de crisis een enorm gezichtsverlies voor CDA-leider Balkenende tot gevolg heeft. Het is moeilijk voor te stellen dat het CDA dit zo wilde. Of was Balkenende buiten het complot gehouden?

Natuurlijk ligt de wortel van de crisis in de formatie, en daar heeft Balkenende fouten gemaakt. Allereerst de keuze voor een coalitie met de LPF en de gok om zelf minister-president te worden. En daarna de invulling van het kabinet. En Balkenende wist dat de LPF niet kon putten uit een verzameling ervaren bestuurders. Er was dan ook alle reden om extra kritisch naar de LPF kandidaten te kijken. Dat is niet voldoende gebeurd. De keuze van de windbuil Heinsbroek was twijfelachtig, en Bomhoff was een uitstekende kandidaat voor VWS, maar ongeschikt als vice-premier.

Jammer is allemaal het wel. Vooral het vertrek van Bomhoff is betreurenswaard. Hij was ontactisch, ijdel en rigide, maar hij slaagde wel in de 87 dagen op VWS om de eerste veranderingen in de organisatie van de volksgezondheid aan te brengen. Dat is een grote prestatie, en het maakte hongerig naar meer.

En nu dus weer verkiezingen. Die beloven wederom boeiend te worden. Want eigenlijk is geen enkele partij er echt klaar voor, met uitzondering van de SP, GroenLinks en de SGP. Vooral voor de PvdA en het CDA, en uiteraard voor de LPF en de opvolgers daarvan, wordt het spannend.

Voor de PvdA is het probleem duidelijk. De partij weet niet waar ze naar toe wil, en heeft geen leider. Dat wordt waarschijnlijk Wouter Bos, maar het zou ook nog iemand anders kunnen worden. Maar één ding is zeker: het wordt niet Ad Melkert, en dat levert de PvdA winst op.

Voor het CDA is het probleem ingewikkelder. Op dit moment staa ze er in de peilingen goed voor. Maar of dat zo blijft is zeer de vraag. Om te beginnen was de uitslag van 13 mei geflatteerd. Het CDA heeft toen veel kiezers getrokken voor wie het CDA een gelegenheidskeuze was. Die zullen nu gemakkelijk anders kiezen. En verder is Balkenende natuurlijk beschadigd. Of hij dat te boven zal komen weten we nog niet. Al met al: stabilisatie zou voor het CDA al een hele prestatie zijn, maar verlies is ook nog mogelijk. Wellicht wordt de VVD zelfs de grootste partij.

Het meest interessant is natuurlijk de gang van zaken in en om de LPF. Gaat de LPF door? En zo ja, met welk program? Het veiligheidsprogram van Heinsbroek, of het immigratieprogram van Nawijn? Het meest voor de hand liggend lijkt een splitsing: de oude LPF met bijvoorbeeld Nawijn als leider, en een nieuwe partij met Heinsbroek en Wijnschenk. Maar het is ook denkbaar dat de LPF er helemaal mee stopt. De LPF heeft enorm gezichtsverlies opgelopen, maar om nu al aan te nemen dat ze uitgeteld zijn, is te eenvoudig. Tien zetels voor de gezamenlijke LPF- en Leefbaar-achtige partijen is mogelijk.

De grote vraag is natuurlijk: waar blijven de stemmen van de LPF? Ongeveer een derde zal niet meer opkomen. Die stemmen worden dan als het ware verdeeld over de andere partijen. Nog eens een derde blijft waarschijnlijk bij de LPF en LPF-achtigen. De rest, ongeveer negen zetels, gaat naar de winnaars. En dat worden de VVD, de SP, een beetje GroenLinks, en de PvdA.

Dit houdt in de de verkiezingen weer erg spannend worden. Want CDA en VVD willen samen een meerderheid halen. Maar of ze dat zal lukken is de vraag. Inderdaad, als ze alle LPF-stemmen krijgen wel, maar dat zal niet gebeuren. Hoe zullen de verhoudingen zijn? “Links” (PvdA, D66, GL en SP) kunnen tezamen ongeveer 60 zetels halen. SGP en CU zal waarschijnlijk op 6 zetels blijven. Als de LPF, LeefbaarNederland en dergelijke tezamen 10 zetels halen, en dat is goed mogelijk, dan komt er helemaal geen meerderheid voor CDA en VVD….

En wat dan?

Mat Huizing