De ondragelijke lichtheid van de PvdA

Toen Wouter Bos staatssecretaris van financien werd, was meteen duidelijk: dit zou wel eens de toekomstige leider van de Partij van de Arbeid kunnen worden. Bos maakt een uitstekende indruk: aardig, intelligent, ongedwongen. Veel haagse politici proberen heel erg de indruk te wekken een bekwaam politicus te zijn. Altijd een verhaal, nooit twijfelen, goed laten zien dat je “het spelletje” zo goed speelt, nooit fouten toegeven. Paul Rosenmoller is daarvan een mooi voorbeeld. Maar het publiek houdt er eigenlijk niet zo van. Men heeft liever iemand die niet kunstmatig is, die fouten maakt en die dat kan toegeven. Iemand als Wouter Bos dus.

Bos is waarschijnlijk een stemmentrekker. Maar of de PvdA met hem een nieuwe koers gaat varen is de vraag. Op dit moment probeert de PvdA drie richtingen in zich te verenigen: de progressief-elitaire (zeg maar GroenLinks), de sociaal-liberale (zeg maar D66) en de sociaal-conservatieve richting (zeg maar SP). De PvdA wil deze drie richtingen combineren, maar kan dat wel?

De PvdA kijkt verlekkerd naar Tony Blair’s Labour Party, die inderdaad wel verscheidene richtingen verenigt. Als het in Groot-Brittannie kan, waarom dan niet hier? Vanwege het kiestelsel. In Groot-Brittannie is in feite slechts een keuze tussen twee partijen, Labour en de Conservatieven. Die partijen zijn dus beide coalities van uiteenlopende politieke richtingen. Maar in Nederland is dat niet zo. Als je bijvoorbeeld erg geporteerd bent voor het behoud van de verzorgingsstaat en de behartiging van de belangen van de gewone man, waarom zou je dan niet direct op de Socialistiese Partij stemmen? Als je op de PvdA stemt, loop je de kans dat een halve VVD-er er met je stem vandoor gaat. Dat gebeurt bij de SP niet. Kortom; als de PvdA succes wil hebben bij de kiezers, moet duidelijk zijn waarvoor de PvdA staat.

Maar Bos maakt geen duidelijke keuze. Het volgende citaat (uit een interview met Bos in de HP van 13 oktober 2002) is veelzeggend: "Het probleem dat ik heb met ideologie, is dat het een statisch verhaal is. Daar heb je dus niks aan als de wereld om je heen verandert. Maar mensen zullen mij wel leren kennen als iemand die knap vasthoudend is in waar hij voor staat en waar hij zich aan ergert. Den Uyl durfde de verbeelding aan de macht te laten komen, de grote verhalen te vertellen. Dat heeft de PvdA de afgelopen jaren laten liggen."

Volgens Bos is ideologie dus een “statisch verhaal”, en daar heb je, volgens de gangbare consultantswijsheid, niks aan als de wereld verandert. Een opmerkelijke uitspraak voor een sociaal-democraat. Want juist de ideologie van een politieke partij zou in veranderende tijden een richting moeten geven voor de antwoorden. Bij de liberalen werkt het ook ongeveer zo: bij een nieuw vraagstuk is men geneigd de oplossing te zoeken die het meeste vrijheid voor de betrokkenen biedt. De ideologie stelt namelijk dat dat doorgaans de beste oplossing is. Zo’n richtinggevende ideologie is voor de PvdA niet meer voorhanden, volgens Bos.

Wat dan? Bos kijkt met nostalgie terug op de goeie ouwe tijd, de tijd van Den Uyl en de “grote verhalen” en de verbeelding die aan de macht moest komen. Maar al in de tijd van den Uyl zelf waren die “grote verhalen” vooral slechts verhalen. En dat was maar goed ook, want het was merendeels onzin en luchtfietserij. En ook toen al was de manier waarop deze verhalen gepresenteerd belangrijker dan de inhoud. Gelukkig is de wereld veranderd. De verhalen van Den Uyl zijn nu totaal onbruikbaar geworden, zelfs als etalagedecoratie. En Bos weet dat ook wel. Het lijkt erop dat Bos heimwee heeft naar een geloof dat hij inmiddels heeft verlaten.

Maar gelukkig is Bos “knap vasthoudend” in “waar hij voor staat en waar hij zich aan ergert”. Wat dat dan is blijft echter onopgehelderd, niet alleen in dit citaat maar ook in de rest van het interview. Het lijkt er nog het meest op dat Bos een gevoel van fatsoen en rechtvaardigheid tot richtsnoer in zijn politieke handelen wil maken. Daar is natuurlijk niets op tegen, maar het steekt mager af tegen de vroegere pretenties van de sociaal-democratie en de PvdA. En duidelijk is het ook niet.  Bos beseft dat zelf ook, maar zijn aanroepen van Den Uyl en diens “grote verhalen” zet natuurlijk geen zoden aan de dijk.

Het is allemaal nogal vaag en nogal postmodern, en het lijkt erg veel op D66. Die partij noemt zich “sociaal-liberaal”, en heeft daarnaast het pragmatisme hoog in het vaandel staan. Bos lijkt hetzelfde te willen voor de PvdA, zij het dat die zich op een iets andere doelgroep zal richten. Een doelgroep die wat gevoeliger is voor sociale retoriek. En de PvdA zal ook op een ander vlak de concurrentie met D66 aangaan, namelijk in de ideale-schoonzonen-competitie. Op dat gebied zijn Wouter Bos en Thom de Graaf natuurlijk de absolute top.

Mat Huizing