Na de moord op Pim Fortuyn kreeg de LPF aanvankelijk het voordeel van de twijfel. Onhandigheden en rare zaken werden met de mantel van het mededogen bedekt. Enigszins neerbuigend, dat wel. Inmiddels hebbende ergernis (bij sommigen) en het leedvermaak (bij velen) de overhand gekregen.
De LPF is een rare partij. Dit is een gevolg van het verschil tussen de manier waarop ons kiesstelsel werkt en de manier waarop in 2002 de Nederlandse democratie werkt. Dat zit zo.
In het Nederlandse kiesstelsel stem je formeel op een persoon (meestal de lijsttrekker), maar de gedachte achter het systeem is dat je op een lijst - dat wil meestal zeggen een partij - stemt. Een van de mooie dingen van het stelsel is de evenredige vertegenwoordiging: bewegingen in de samenleving hebben een macht in de Tweede Kamer die ruwweg overeenkomt met hun omvang. Ook minderheden hebben een hoorbare stem. Een nadeel is dat je onpraktisch grote fracties krijgt. De best functionerende fracties zijn de kleine: die moeten zich op de hoofdlijnen en de samenhang concentreren. De grote fracties zijn slangenkuilen waarin iedereen probeert een stukje woordvoerderschap te veroveren. Een kamerlid behandelt dus bijvoorbeeld de zeevisserij en verder niks. En mag dan nog blij zijn dat het alle zeevis is en niet alleen de haring.
Ons kiesstelsel is dus gebaseerd op partijen en de bestaande partijen zijn door dit systeem gevormd. Maar wat gebeurt er nou als er een politieke beweging komt die uit één persoon bestaat?
Dat was de situatie van Fortuyn nadat hij er door Leefbaar Nederland was uitgegooid. Hij had aanhang, hij voorzag succes, maar hij had geen partij achter zich. Kon hij zich als individueel persoon kandidaat stellen? Ja, natuurlijk. De Lijst Pim Fortuyn met als enige kandidaat Pim Fortuyn. Maar dan zou hij nooit meer dan één zetel krijgen, ook niet als hij stemmen voor laten we zeggen 26 zetels zou halen. En de macht hangt uiteindelijk af van het aantal zetels in de Tweede Kamer en van niks anders.
Dus kon Fortuyn niets anders dan de beruchte Lijst Pim Fortuyn oprichten
en vullen met personen die hij geschikt achtte om als stemvee te dienen.
Dat leverde een bonte verzameling vastgoedondernemers,
schoonheidskoninginnen en allochtonen op. En Ferry Hoogendijk. Niemand
zat op die kandidaat-Kamerleden van Fortuyn te wachten, Fortuyn zelf eigenlijk
ook niet. Maar het moest vanwege de werking van het kiesstelsel.
Een rare gang van zaken. Want we stemmen steeds meer op personen. Niet alleen op Fortuyn, maar ook op Kok, op Lubbers, op Bolkestein, op Rosenmoller, op Van Mierlo. We stemmen maar een klein beetje op de partij, en eigenlijk niet op het programma. Alleen zo is te verklaren dat als een partij met een slechte lijsttrekker komt, de aanhang gehalveerd kan worden. Het programma van de PvdA was hetzelfde als in 1998. Het verschil was Melkert in plaats van Kok.
Deze grotere aandacht voor de personen is terecht. We geven ons vertrouwen
immers makkelijker aan personen dan aan vage lichamen als politieke partijen.
Personen zijn in hun reactie op onverwachte
ontwikkelingen ook voorspelbaarder dan partijen. In ieder geval ligt
de verantwoordelijkheid duidelijk: bij de gekozen persoon.
Persoonlijke vertegenwoordiging is dan ook beter voor de democratie. Politicologen beginnen dan gelijk te roepen: districtenstelsel! Per district wordt dan één afgevaardigde gekozen. Maar dat is een slecht systeem.
De evenredige vertegenwoordiging verdwijnt dan namelijk. Minderheidsgeluiden worden veel minder in het parlement gehoord, tenzij een minderheid toevallig in een district een meerderheid is. Kleine partijen verdwijnen vrijwel. Een ander bezwaar is dat de indeling in geografische districten willekeurig is. Waarom moet ik een vertegenwoordiger met mijn buren delen en niet bijvoorbeeld met de burgers die hetzelfde beroep uitoefenen? Of die dezelfde leeftijd hebben? Of wier achternaam ook met een H begint? Bovendien leent de indeling in kiesdistricten zich uitstekend voor manipulatie: door slim te schuiven met districtsgrenzen kunnen meerderheden voor een partij gecreëerd worden die er op het eerste gezicht niet zijn. En dat gebeurt dus ook in landen die zo'n systeem hebben.
Toch is het wel degelijk mogelijk de voordelen van persoonlijke vertegenwoordiging
te combineren met die van evenredige vertegenwoordiging. Het kiesstelsel
moet dan wel ingrijpend worden gewijzigd. Dat kiesstelsel werkt dan als
volgt. Personen stellen zich kandidaat. Er zijn dus geen kieslijsten meer.
De kiezers stemmen op de kandidaat van hun voorkeur. In een parlement komen
alle kandidaten te zitten die de kiesdrempel van bijvoorbeeld één
procent van de stemmen hebben gehaald. In het parlement hebben gekozen
vertegenwoordigers evenveel stemmen als er op hen zijn uitgebracht. Deze
stemmen moeten bij een stemming als geheel worden gehanteerd. Een vertegenwoordiger
kan zijn stemmen dus niet splitsen: zijn stemmenblok telt als voor of tegen.
De macht van de gekozene is evenredig aan het aantal op hem uitgebrachte
stemmen. In dit stelsel is een parlement veel kleiner dan
nu (waarschijnlijk enkele tientallen personen) en het precieze aantal
zetels varieert per verkiezing. Je stemt dus niet meer op de PvdA of de
SP, maar op Melkert of Marijnissen.
Gekozen kandidaten kunnen in het parlement uiteraard met elkaar samenwerken. Hierdoor ontstaat waarschijnlijk toch weer een soort partijvorming, maar de politieke partijen zoals wij die kennen verdwijnen, althans in het parlement. Een politieke partij kan natuurlijk wel een 'machine' zijn om een kandidaat te lanceren en deze zoveel mogelijk stemmen te bezorgen. Dan blijft het CDA gewoon bestaan en stelt het Balkenende kandidaat. Maar als deze dan in de Kamer komt, maakt hij zelf uit hoe hij stemt. Het CDA heeft daar geen rol meer in.
Er moet wel een regeling zijn voor de vervanging na overlijden of bij anderszins onbekwaam worden tijdens de zittingsperiode. De meest voor de hand liggende oplossing is dat elke kandidaat een vervanger aanwijst. Deze moet al bij de verkiezingen bekend zijn.
Zo worden de voordelen van persoonlijke vertegenwoordiging gecombineerd met die van evenredige vertegenwoordiging. Kleine minderheden houden hun stem. Bovendien verdwijnt de vaagheid van het huidige Nederlandse kiesstelsel: men stemt ondubbelzinnig op een persoon. En de verkiezingen worden leuker. Op de persoon gerichte verkiezingen zijn veel leuker dan dat saaie gezeur over programma's die toch in de prullenbak verdwijnen. Dat hebben de afgelopen verkiezingen wel aangetoond. En we hadden nu niet met die rare LPF-fractie gezeten.
Mat Huizing