Algemeen belang bestaat niet.

Zoals de meeste mensen lees ik het liefst artikelen enzo waarvan ik verwacht dat ik het ermee eens zal zijn, maar af en toe heb ik ook zin om me eens lekker te ergeren aan onzin. De bijdragen van Elsbeth Etty aan de NRC zijn voor het opwekken van deze ergernis uitstekend geschikt. Ze maakt zich nu druk over de Rechtse Golf die ons land overspoelt. We hebben te maken met een opstand van onbeschaafde, zelfzuchtige, rechtse materialisten. Platheid en wansmaak maken de dienst uit, en de politiek verwordt tot instrument van patjepejers. Dit vindt Etty niet goed.

Want Etty behoort tot de weldenkenden: zij die weten hoe alles in elkaar zit, en wat we daarvan moeten denken. Maar de weldenkendheid staat onder druk. Botte belangenbehartiging wordt steeds meer de norm. Ze verdedigt dapper de beschaving en het algemeen belang, maar de strijd valt niet mee, dat is wel duidelijk uit haar bijdragen. Duidelijk wordt ook dat Etty zelf niet wordt gedreven wordt door platte belangen (heeft ze die eigenlijk wel?), maar door Hoge Ideele Waarden en het Algemeen Belang. Volgens haar is dat links, en ze citeert instemmend Harry Mulisch: “Links heeft zijn mening als ‘belang’. Rechts heeft zijn belang als mening.” Hoera!

Maar helemaal alleen staat Etty niet, want de econoom Jan Pen (elders in de NRC) denkt er hetzelfde over: “Vroeger stemden mensen met relatief hoge besteedbare inkomens (onderwijzers, ambtenaren en dominees) links. Ze waren door het lot bevoordeeld en hadden geen moeite met een correctie via de inkomens. Ze keken omlaag met de bedoeling: 'die inkomens moeten worden opgetrokken'. Nu kijken mensen omhoog. Verdienen mijn zwager en buurman tien procent meer dan ik, dan wil ik dat ook.” Pen spreekt van: “het jaloeziemodel met ruim baan voor de private sector, zeg maar rechts. De collectieve sector, zeg maar links, is een vies woord geworden.”

Hierbij breekt mij de klomp.  Zou Pen echt zo’n plaat voor het hoofd hebben? Want al die linkse onderwijzers en ambtenaren waren meestal wel lid van een vakbond, en ze maakten zich wel degelijk sterk voor goede salarissen. Die kwamen er dan ook, zoals Pen zelf opmerkt.

En die onderwijzers enzovoort waren misschien wel voor inkomensnivellering, maar dan toch vooral van de inkomens die hoger waren dan het hunne. Bovendien waren ze voor een grote collectieve sector, en dat hield in: meer en beter betaald werk voor onderwijzers en ambtenaren. Dus zo belangeloos was die linksheid van Pens onderwijzers en ambtenaren helemaal niet. (Bij de dominees lag dat anders, maar die staan dan ook niet bekend om hun rationele handelen.)

Tenslotte wat betreft dat “jaloeziemodel”: zat er geen jaloezie bij ambtenaren, onderwijzers, en bij “linksen” in het algemeen bij hun strijd voor een beter sociaal stelsel? Natuurlijk wel. Dat geeft niet, maar jaloezie exclusief rechts noemen, is totale nonsens. Pen kletst dus zwaar uit de nek, zoals gewoonlijk.

Mensen, zowel links als rechts, laten hun politieke keuze mede van hun belangen afhangen. Dat is een waarheid als een koe. Maar het is natuurlijk niet zo dat de meningen van mensen uitsluitend maar door hun belangen worden ingegeven in de zin van: van die maatregel heb ik extra geld te verwachten, dus ben ik daarvoor, en bij die regeling ga ik er op achteruit, dus ben ik ertegen. Een grote rol speelt ook dat mensen vooral erg veel oog hebben voor de problemen en behoeften van de omgeving (instelling, bedrijf, enzovoort) waarvan ze zelf deel uitmaken. Dat is logisch, want die problemen en behoeften zien ze dagelijks van nabij. Een hoogleraar bijvoorbeeld kan je uitstekend en overtuigend uitleggen dat er extra geld naar de universiteiten moet. Dat meent hij oprecht, en dat afdoen als “eigenbelang” is te simpel.

Niemand heeft een mening die vrij is van "belangen". Dat geeft ook helemaal niet, daar drijft een democratie op. Als iemand zich beroept op het “algemeen belang”, dan is dat meestal een truc om Heel Braaf te lijken, en daardoor zijn zin door te drijven. Sterker: het algemeen belang bestaat helemaal niet.

Maar  sommige weldenkende intellectuelen denken dat hun eigen meningen wel vrij zijn van eigenbelang. Dat is onzin, en niet alleen dat, het is zelfs gevaarlijke onzin. Want het is dan nog een kleine stap naar de stelling dat de maatschappij beter bestuurd kan worden door van die wijze
oeh-ah-intellectuelen als Pen, Mulisch en Etty. (Zeker Mulisch en Etty hebben in het verleden blijk gegeven van sympathie voor een dergelijke regeringsvorm.)

Waarom erger ik me nou zo aan dit elitaire geleuter? Niet alleen omdat het onzin is, niet alleen vanwege de arrogantie en de zelfingenomenheid, maar vooral omdat het toch serieus wordt genomen. Maar ik moet toegeven; het is soms wel lekkere ergernis.

Mat Huizing