U bent lid van een clubje van zes vrienden die samen op vakantie gaan. Besluiten over de bestemming, de organisatie enzovoort worden in tezamen genomen. Dat wil zeggen: iedereen moet het eens zijn. Dat loopt goed, zo goed dat niet alleen vakanties maar ook concertbezoeken, uitstapjes-met-de-kinderen enzovoort door het clubje worden georganiseerd. En ook wordt het clubje steeds groter, uiteindelijk 25 personen. De oude manier om besluiten te nemen werkt niet meer. Meerderheid van stemmen dan maar? Daar zijn sommige leden tegen, omdat zij veel zwaarder zijn dan andere leden. Zij stellen voor elk lid net zoveel stemmen te geven als zijn lichaamsgewicht in kilo’s, en dan bij meerderheid van stemmen te beslissen. En verder willen de drie grootste leden samen een Dagelijks Bestuur vormen.
Raar verhaal? Ja, want waarom zou een zwaar lid meer te zeggen moeten hebben dan een licht lid? Absurd verhaal dus. Toch gebeurt er in Europa iets wat hier sterk op lijkt. De oude manier van besluitvorming wordt vervangen door een nieuwe, waarbij een land meer stemmen heeft naarmate het groter is. Dat lijkt logisch. Het zou toch raar zijn als Duitsland met 80 miljoen burgers evenveel gewicht heeft als Malta met 300.000. Het is juist democratisch om Duitsland meer stemmen te geven.
Maar is het wel zo democratisch? Stel, de bevolking van Zweden, Nederland en Belgie zijn unaniem ergens voor. Dat zijn tezamen 35 miljoen Europeanen. Maar 51 % van de Franse bevolking is tegen. Dat zijn 30 miljoen Fransen. Toch geven die 30 miljoen Fransen de doorslag, want Frankrijk heeft in totaal 58 miljoen inwoners. Maar erg democratisch is het niet. De achterliggende gedachte is blijkbaar dat de belangen van de inwoners van een land vertegenwoordigd worden door de regering van dat land, en dat alle inwoners precies dezelfde belangen hebben. In werkelijkheid is dat helemaal niet zo. Het effect van deze wijze van besluitvorming zal zijn dat nog meer dan nu het geval is de grote landen de dienst uitmaken. Immers, zonder grote landen is geen meerderheid te vormen. Uiteraard vinden de grote landen het een uitstekend plan.
Het wordt nog gekker: in de Europese Commissie, het Dagelijks Bestuur van de EU, zouden de grote landen permanent een vertegenwoordiger moeten hebben, en de kleine landen slechts bij toerbeurt. Want de grote landen hebben ook grotere belangen en dus moeten ze permanent vertegenwoordigd zijn. Dit is natuurlijk waanzin. Het is mogelijk dat de besluiten in het Dagelijks Bestuur voor Duitsers en Fransen van dusdanig belang zijn dat ze permanent vertegenwoordigd moeten worden. Maar waarom hoeven Finnen of Maltezers dan niet permanent vertegenwoordigd te zijn? Of zijn die besluiten toch niet zo belangrijk dat Finse en Maltezer Europeanen altijd vertegenwoordigd moeten zijn? Maar dan geldt dat natuurlijk ook voor Fransen en Duitsers.
Het wordt steeds onduidelijker waarvan de Europese Unie nu eigenlijk een unie is. Is het een unie van staten of van burgers? Als de EU een verbond van staten is, moet elke staat even zwaar wegen in de besluitvorming. One state, one vote zogezegd. Alsde EU een superstaat is met als burgers de burgers van de lidstaten, dan moeten die burgers elk een stem hebben en tezamen een Europees parlement kiezen. One man, one vote. Dat parlement moet dan ook werkelijk de macht hebben.
De huidige plannen zijn een formalisatie van een reeds gegroeide praktijk: de grote dikke jongens maken onderling de dienst uit. De besluitvorming wordt een zootje, en bestaat in feite volkomen ondoorzichtige machtspelletjes en koehandel. Dat is leuk voor de diplomaten, maar de Europese burger is er niet mee gediend. En vooral niet de burgers in de kleine landen, omdat steeds duidelijker wordt dat er twee soorten regels zijn in de EU: regels voor de kleine landen, en geen regels voor de grote landen. Dat blijkt bij herhaling bij het zogenaamde stabiliteitspact van de euro. Grote landen hoeven zich daaraan niet te houden.
Dit roept de vraag op: wat moet Nederland nu doen? Natuurlijk is de democratisering van Europa door de macht toe te wijzen aan het Europees parlement de beste mogelijkheid. Maar deze weg wordt ondermijnd door vooral de politieke elites van de grote landen, uit angst (terecht) voor verlies van macht. En als de huidige plannen doorgaan, is democratisering nog verder weg dan nu. Zijn er nog meer mogelijkheden?
Nederland kan natuurlijk proberen vast te houden aan de oude unanieme besluitvorming. Elk land heeft dan in feite een veto. Maar dat zou inderdaad erg onpraktisch zijn, zeker gezien het feit dat er weer een aantal lidstaten bijkomen. Elk land één stem dan, en besluiten worden gewoon bij meerderheid genomen? Dat is onacceptabel voor de grote landen, en dus onhaalbaar. We kunnen natuurlijk uit de Europese Unie stappen. Dat wordt een erg omslachtige operatie, en bovendien: willen we dat eigenlijk wel? Zijn de Nederlandse burgers hier wel mee gediend?
Er blijft eigenlijk maar één optie over: if you can’t beat ‘m, join ‘m. Nederland moet zorgen dat het deel gaat uitmaken van een machtsblok dat echt meetelt. Hiervoor is een grote staat nodig, en liefst een paar kleinere. De meest voor de hand liggende grote staat is Duitsland, en de andere kleinere zouden andere noordwesteuropese landen kunnen zijn als Denemarken of Zweden. In feite een federatie van noordwesteuropese welvaartsstaten. En ondertussen moet gestreefd worden naar echte democratisering van de Europese Unie. Maar of dat er ooit van komt?
Mat Huizing